Hangzhou

Alles is geregeld voor de reis. Wietse en ik zitten in de hogesnelheidstrein richting Hangzhou. We ontmoeten Ralf, Sanne en Seliene over 5,5 uur. Zij vertrekken vanuit Beijing. Op internet had ik een hostel gevonden en die alvast geboekt. ’s Avonds laat komen we aan op het Hangzhou-Oost station. Ik ben opnieuw verbaasd over hoe groot het is. We begroeten elkaar en zoeken de exit. Nog een hele klus. Eenmaal buiten komen we niet van een man gekleed in een net pak af. Hij heeft een klein kindje in een schattig Shanghai jurkje (Qipao) bij zich. Het is donker, druk en tropisch warm. Hij blijft maar aandringen ons te brengen. Ik voel me gespannen worden. Ik heb het adres van het hostel en wil gewoon een taxi pakken. M’n geduld raakt op. ‘Ga voor je dochter zorgen!’ zeg ik gefrustreerd. Het kindje rent huilend weg. De man erachter aan. Het voorstel de bus te pakken of hier in de buurt een hostel te zoeken, sla ik maar af. Ik zou niet weten welke bus. En hoeveel. Een hostel hier lijkt me ook niet handig. En duur. Rustig overleggen zit er nu ook niet in. Eindelijk stopt er een taxi. Ik laat het adres zien. ‘Bu zhidao’. ‘Weet ik niet’. Later stopt er weer een. Hij weet waar we moeten zijn. Ik laat Ralf, Seliene en Sanne instappen en hoop dat we elkaar straks kunnen vinden. Ongeveer 10 minuten later sta ik te onderhandelen met een taxichauffeur over de prijs van de rit. We komen uit op 100 yuan, 12 euro, omdat ik veel te snel toegeef. Geen energie om me daar druk over te maken. We lachen opgelucht op het moment dat we elkaar zien staan. Nu kan het niet ver meer zijn. De krekels en honden doen hun uiterste best boven het lawaai van het verkeer uit te komen. We beginnen te zoeken. Na een half uur ronddwalen vraag ik een man ons te helpen. Hij kent het hostel en belt iemand die ons kan komen ophalen. Nog geen vijf minuten later heet een klein, dun mannetje ons in z’n beste Engels hartelijk welkom. Het knusse jeugdhostel valt volgens mij bij iedereen in de smaak. Gelukkig maar, denk ik opgelucht. De dekens voelen klam aan, maar ik lig. Morgen weer een dag.

Na het ontbijt overleggen we over de reis naar de gele bergen, die we allemaal graag willen bekijken. Ik bespreek de opties met Touzi, de vrouw van de eigenaar. Ze is ontzettend behulpzaam, heel druk en levendig. Ze kan regelen dat we na de busreis gebracht kunnen worden naar een hostel dichtbij de gele bergen. Ik merk dat ik moeite heb het goed te communiceren naar de anderen. Zij hebben hun eigen plannen en weten niet wat er net besproken is tussen ons. Ik begin nu te merken dat het best lastig is met een vrij onbekende groep op vakantie te gaan. Ik probeer sommige opmerkingen niet persoonlijk aan te trekken. Na een tijd zijn we het eens. Touzi boekt het hostel voor ons.

Heerlijk om de vochtige, schone lucht in te ademen. De bergen, bamboe en palmbomen maken het helemaal af. Er zijn veel bezienswaardigheden dichtbij. Zelfs op loopafstand. De sfeer verandert. We krijgen er allemaal zin in. Bovenop een pagode hebben we uitzicht over een prachtig stukje China. Ineens krijg ik een dikke en van onder blote baby in m’n armen gedrukt. Met veel inspanning proberen we hem iets te laten doen dat leuk zal staan op de foto. Tevergeefs. Er kwam geen lachje vanaf. Ook een schattig, klein oud vrouwtje lacht vol trots voor de camera met ons ernaast. Zo blijven we nog even bezig.

Huang Shan

Om 7 uur ’s ochtends schieten de rijstvelden, bergen en Chinezen met rieten punthoedjes in een treinvaart voorbij. De buschauffeur vindt blijkbaar ook dat we deze dag goed moeten benutten. Ik ben al heel wat gewend, maar hou toch af en toe m’n hart vast als hij weer vlak voor een scherpe bocht, op ik weet niet hoeveel meter hoog, besluit in te halen. Het avontuurlijke ervan geeft me een kick. De hoofdstukken van Lord of the Rings die ik aan het luisteren ben, sluiten goed aan bij wat ik even later in me opneem. Zoiets heb ik nog nooit gezien. Het is sprookjesachtig, zo mooi. De zeeën van wolken die de bergtoppen accentueren met daarbij de groene tekening van de bomen. Ik laat de groep even achter me. Op de plaats van de welkomstboom, zoals die genoemd wordt, nemen we pauze. Een te toeristische attractie, merken we al snel. De vroegere, echte oude welkomstboom was vast de moeite waard geweest. Snel besluiten we door te lopen naar de sprookjesbrug. Op de weg ernaar toe schrik ik van wat ik zie. In snel tempo dragen twee Chinezen een man in een draagstoel naar boven. Ze zien er afgemat en bezweet uit. Geen wonder. Een oud Chinees echtpaar moedigt ons aan. Nog maar een half uurtje klimmen, zeggen ze. Ik vraag me af waarom het hier zo rustig is. Het bruggetje tussen twee enorme rotsblokken is namelijk heel mooi. Het zachte licht in combinatie met de mist maakt het uitzicht nog mysterieuzer.