Er ligt een briefje op m’n bureau. Van m’n kamergenootje. Ze is nu een paar dagen aan het rondreizen en heeft zin om over 3 dagen kennis met me te maken. Het was een hele mooie reis geweest, maar het voelt ook lekker om weer terug te zijn. Wat een heldere dag is het vandaag. Ik pak m’n fiets, stop m’n camera in m’n mand voorop en ga een rondje over de campus fietsen. De fiets heb ik gister direct bij aankomst gekocht. Ik dacht dat ik de verkeerde aanwijzingen had gekregen toen ik een man zonder tanden voor z’n huis, dat meer een hutje te noemen is, zag zitten. Z’n vrouw en dochter zaten op een krukje naast de vele vogels en andere dieren in kooien. ‘Verkoopt u fietsen?’ vroeg ik twijfelachtig. Na wat gemurmel tilde hij een dik, zwart zeil op. Ik pakte de eerste de beste er onder uit, probeerde hem uit en onderhandelde vervolgens over de prijs. Wat gaan sommige dingen makkelijk hier. Heerlijk. Het rondje over de campus wordt al snel een fietstochtje. En dan nog heb ik lang niet de hele campus gehad. Het is een dorp op zich. Ik kijk m’n ogen uit en voel een lichte rilling bij het besef dat ik hier straks één van de grote bibliotheken binnen kan stappen. In een van de vele kantines probeer ik m’n eerste campus-lunch uit. Eerst met de roltrap omhoog. Vervolgens wordt ik welkom geheten met ‘merry christmas’ en kerslichtjes in palmbomen. Ik neem het ze niet kwalijk. Het lijkt mij ook moeilijk een enorme hal als deze enigszins sfeervol te laten lijken. Wat hebben ze veel. En wat is er veel keuze. Ik graai in een bak met eetstokjes. Dat was stap 1. Ik sta stil bij één van de zovele eettentjes en wijs een paar gerechten aan. Straks kan ik nog wat proberen, want van de prijzen hier word ik absoluut niet arm. 8 kuai voor een hele maaltijd. Ongeveer 80 cent. En wat voor één. Hoe raar ze ook opkijken van deze westerse gewoonte, het is om je vingers er bij af te likken.

De volgende dag fiets ik richting ‘Xinancun’, een extra bruisend plaatsje op de campus, waar ik hoop wat fotootjes te kunnen laten afdrukken. Na drie keer een poging te hebben gedaan in het Chinees uit te leggen wat ik wil, begrijpt hij me. Ik loop verwachtingsvol achter een oud, dik mannetje aan. Dit keer moet ik toch echt verkeerd begrepen zijn, is wat er in me omgaat op het moment dat ik met al m’n verstand naar de ingang van een vervallen flatkamertje sta te kijken. De muren van het dunne halletje sluiten me in. Ik heb zelfs de neiging te bukken. Ik stoot per ongeluk tegen een bierflesje, waarna de stofdeeltjes op me afvliegen. Een man met ongeveer de helft van mijn lengte, althans zo lijkt het, houdt z’n hand op. Tuurlijk. M’n stickje. Een vrouw met dezelfde lengte zit in het kamertje ernaast. Het lijkt er op dat zij verantwoordelijk is voor het afdrukken. Ik werp een blik op het vaal gekleurde kleed dat met punaises aan de muur is opgehangen. Het is vast bedoeld als decoratie. Ze stopt het fotopapier al in de printer. ‘Uhm, wanneer kan ik terug komen om ze op te halen?’ In de tussentijd loop ik naar de marktkraampjes en bestel wat verse sojamelk dat voor m’n neus gemixt wordt. Lekker romig en warm. Ik vergeet bijna de spaarkaart mee te nemen. Misschien heeft hij meer Nederlandse klanten. Na ongeveer een half uurtje kijk ik hoe ver ze is. Met zorg haalt ze een opgewarmde maaltijd uit het magnetronnetje naast haar. Haar man vindt het nog niet heet genoeg. Ik krijg de foto’s in een netjes plastic mapje. Ze zien er boven verwachting goed uit. Ik geef haar omgerekend E1,50 voor een behoorlijke stapel en verlaat tevreden de drukkerij.

Ik wordt wakker van een bus die uit de toon toetert. M’n keel voelt als schuurpapier en m’n holtes zitten vol. Ik heb één doel voor vandaag. Een grote plastic ton water kopen. Dat scheelt me geld en gedoe. Alhoewel, zo dacht ik er die ochtend over. Even later ben ik gemakkelijk te vinden in een supermarktje door alle gebaren die ik maak. Af en toe gooi ik er Chinese woorden door. Blij omdat ze me uiteindelijk begreep, fiets ik naar de volgende checkpoint. Ze hebben daar water in flessen waar iets meer in kan dan de grootste fles uit de andere winkel. Licht gefrustreerd leg ik uit wat ik wil. Ze heeft snel door waar ik naar op zoek ben. Als antwoord op de vraag waar ik het kan kopen, schudt ze heftig haar hoofd. Ze vindt dat ik het hele idee beter uit m’n hoofd kan zetten. ‘Zo’n grote is veel te zwaar voor je. Neem deze maar.’ Ik dring nog even aan. Ze legt met tegenzin uit waar het ongeveer moet zijn. Verderop zie ik een paar lege tonnen staan. Er staat een auto naast geparkeerd. Hij staat open. Verrast zie ik dat er volle tonnen water in zitten. Eindelijk. Gevonden. Ik kijk om me heen, op zoek naar de manager van deze business. Verderop klopt een oud vrouwtje op een deur met tralies aan de buitenkant. Ik vraag of ze misschien weet waar de verkoper is. Een andere vrouw komt het gebouw uitlopen. Ze weet niet waar hij nu is. ‘Misschien ligt hij in de auto te slapen?’ Na een uur wachten komt er iemand aan. Ik koop een ton en zet hem achterop m’n fiets. Een halve minuut later sta ik weer naast de auto. Na een kwartiertje wachten komt de vrouw opnieuw het gebouw uitlopen. ‘Is hij nog steeds niet terug?’ Ik knik ietwat wanhopig. ‘Kijk, het is kapot gevallen zodra ik wegfietste.’ ‘Hen daomei’, ‘Inderdaad, echt pech’. Het zit de verkoper ook niet mee. Twee uur later komt hij aankakken met een kapotte scooter. Hij geeft me snel een nieuwe met de woorden ‘langzaam aan’. Ik lach in mezelf, om mezelf. Ik denk even aan papa. Hij heeft me altijd verteld hoe mooi hij m’n karakter vindt. Hij heeft mijn doorzettingsvermogen en enorm sterke wil weten te vormen tot iets moois. Dat ging niet zonder moeite. Doordat hij me met alle geduld dingen heeft geleerd, weet ik nu wat geven is. Ik vraag me af hoe het gaat met zijn nieuwe project.

Ik stop de sleutel in de deur en stap m’n kamertje binnen. M’n nieuwe kamergenootje, Katie, zit achter haar bureau. We maken enthousiast kennis met elkaar en raken al snel aan de praat. Ze komt uit Duitsland, Oost-Friesland. Ik vond het al opmerkelijk dat ze met ‘there could have been worse ones’ haar Macbook omschreef. Ze spreekt Fries, al klinkt het heel anders dan het Fries dat ik gewend ben. Ontzettend interessant hoe ze over haar reiservaringen vertelt. Zo kon ze bijvoorbeeld de gebakken ingewanden van een schaap niet weigeren te eten, gezien het een hoogstaand geschenk is in Mongolië. Ze is anderhalve week geleden aangekomen, maar zingt nu al in een koor van de universiteit. Haar eerste optreden is al snel. Onze interesses liggen opvallend dicht bij elkaar. Ze is heel sportief, muzikaal en heeft een passie voor talen. Ik merk dat het me energie geeft als ik met haar praat. Ik voel me opgelucht. Het lijkt me een heel leuk kamergenootje.